Starik, Life as a museum

Literatuurmuseum, Rotterdam | September, 2019

On view in the Literatuur Museum in The Hague until November 17th is a strange but wonderful collaboration with Dutch author F. Starik (1958-2018). The collaboration was sparked by his partner Vrouwkje Tuinman and includes an animation by Marina Sulima and Olivia D’Cruz. See Starik himself in action in this and this film. During the opening of the show (which was also the launch of Vrouwkje’s book Lijfrente) I read a letter to Frank posted below. For now it is only available in Dutch. An film version with English subtitles is in the making. The pictures that follow this introduction are a blend of work in progress documentation and installation shots.

 

Den Haag, 14 september 2019

Betreft: een update

Beste Frank,

Hoe goed kenden wij elkaar nou helemaal? Niet zo goed, had ik de indruk. Daar is sinds je er niet meer bent verandering in gekomen.

Tot die tijd was jij eerst en vooral de man die met mijn vader van de ene intensive care-afdeling naar de andere was gelopen. Hand in hand de gang door en de lift in, van de beste vriend van je lief naar mijn zus, beiden toen al grotendeels verdwenen.

Ik was, stel ik me voor, vooral de vriendin die Vrouwkje aan dit alles overhield.

Op een vrijdagavond, de eerste keer dat een verse liefde in mijn huisje bleef logeren, meldde Vrouwkje dat je dood was. In mijn herinnering belden we, maar misschien waren het slechts haar tekstberichtjes waarin een lichte paniek doorklonk. Er moest zoveel geregeld worden. Naast de uitvaart en het distribueren van het nieuws zou je huis binnen afzienbare tijd leeggehaald moeten worden. Om dat laatste iets te vergemakkelijken maakte ik, twee dagen later, foto’s van de wereld die je sinds de laatste verhuizing om je heen had geprojecteerd.

Niet veel later stuurde Vrouwkje me een exemplaar van jouw boek ‘Mijn leven als museum’. Hierin wordt het persoonlijke leven van de vriend verbonden aan het professionele leven van de kunstenaar, de beelden gemaakt door de fotograaf aan de woorden van de dichter, het zorgen voor zichtbaarheid aan de oefeningen in het verdwijnen. Brieven aan instanties bleken net zulke belangrijke schrijf- en stijloefeningen als teksten geschreven met een algemener literair publiek in gedachte. Het boek las als een opdracht om ook de foto’s die ik gemaakt had publiek te maken, zodat niet alleen je lief, je zoon en ik, maar wij allemaal er ons voordeel mee zouden kunnen doen.

Zo kwam het dat ik het deel van je erfenis dat mij toekwam, bestaand onder andere uit het prachtige en bovendien zeer stabiele houten statief, de rollen printpapier onder je bed, een rolmes, een snijmat en het beste Stanleymes waarmee ik ooit werkte, ging inzetten om bouwend op wat ik las tot vervolgcorrespondenties te komen. Deze vertrokken vanuit dat wat jij achterliet maar zijn ook bedoeld om nieuwe ruimtes te scheppen. De foto van je bureau, die ik aantrof op een niet ontwikkeld filmpje dat al een jaar of twintig huisde in een van je Nikon-spiegelreflexcamera’s, wees me de weg.

Terwijl ik sneed in prints animeerden Marina Sulima en Olivia D’Cruz, studenten aan wie ik lesgeef, foto’s gemaakt door ons allen. De plaatjes kregen zo weer meer dan twee dimensies. Wat statisch was kreeg weer tijd en ruimtelijkheid. Daarmee werd plaatsgemaakt voor connecties tussen foto’s en andere dingen. Jouw dingen.

Sommige daarvan bevinden zich nu in persoonlijke collecties. Een aanzienlijk deel is onderdeel van ons collectieve literair geheugen, veilig opgeborgen voor de eeuwigheid in de collectie van het Literatuurmuseum. Wij zien niet alleen de waarde van je boeken en de foto’s die je zelf – ook wanneer ‘matig’ – zonde vond om weg te gooien. We willen door jouw ogen blijven kijken. We willen meegniffelen over de ongemakkelijkheid die je zoal hebben kan met de mensen die je al dan niet gewenst om je heen hebt verzameld. We willen gefeliciteerd worden met ons leven. We willen ons herkennen in en verbazen over de bewijzen dat een mens, jij, ergens was in de vorm van een naamkaartje of een polsbandje, de drankbonnetjes die je niet verzilverde.

Een en ander staat daarom, voor een maand of twee, opgesteld in zestien vitrines onder het in kubistische stijl geschilderde en natuurlijk altijd wakende oog van Willem Frederik Hermans, alsmede de portretten van verscheidene van jullie collega’s. Ik hoop dat het je goedkeuring kan wegdragen.

 

We houden contact,

Andrea

 

p.s. Hoe klein mijn aanwezigheid ook was in jouw dagelijks leven, tijdens het inrichten van de vitrines vond ik mezelf terug in een afbeelding van jouw wereld. Heb ik het mis, of is het daadwerkelijk mijn vouwfiets die werd vereeuwigd als ‘handig ding’, in de tekening die Jan Rothuizen maakte van je woonkamer? Hoe dan ook. Het heeft zo moeten zijn.